Publiek in tweestrijd

De verontrustende verrukking                                                                                

Hierboven ziet u een fragment uit de film “Le Quatre Cent Coups” (1959) van de regisseur François Truffaut (Vq, 2021). In deze film, die handelt over een getormenteerde jeugd, toont de regisseur een kleine twee minuten lang het publiek van een poppentheatervoorstelling. Geëxalteerd door hun angst roepen ze waarschuwingen naar de poppenhoofdrolspeelster die wordt achternagezeten door een wolf. Als poppenspeler herken ik dit beeld als geen ander. In zijn boek Puppet, An Essaye On Uncanny Life (Gross, 2011) gebruikt Kenneth Gross deze scène om het ambivalente van poppenspel te duiden. De verontrustende verrukking op ieder gezichtje terwijl ze onderdeel zijn van een zee van verwondering.

Het publiek zoals hierboven beschreven herken ik omdat ik tijdens mijn spel het publiek lees. Ik bedoel daarmee dat niet alleen de toeschouwers iets in zich opnemen, maar dat ik als poppenspeler ook ontvanger wordt. Door mij intens bewust te zijn van het publiek verloopt de voorstelling “in beide richtingen”. Dat gezamenlijk bewustzijn creëert een geborgen kader waarin de toeschouwer kennis kan maken met deze  kunstvorm. Als ik als straatpoppentheatermaker mijn interactieve act speel scan ik mijn publiek voortdurend.

Sue Fox (geciteerd in Francis, 2012) verwoordt de overgave van speler en publiek prachtig in het boek Engineers of the Imagination:

Met straattheater ben je zo goed als het gaat op dat moment en niet meer. Je hebt geen bekendheid op de plaatsen waar je normaal gesproken werkt. Het is geen theaterpubliek. Ze hebben nog nooit van je gehoord, en meestal waren ze niet van plan om een show te zien. In de regel zijn ze je tegengekomen toen ze op stap waren, en als de show hen niet bevalt, kunnen ze weglopen. Maar als ze er van houden kunnen ze het winkelen vergeten en zijn ze laat terug op het werk na de lunch. Ze verdwalen in je dromen en maken daar voor enkele ogenblikken deel van uit. Er is een eerlijkheid in het contract tussen straattheater performer en publiek. Daarom is het een vak om aan te werken en om trots op te zijn. (p. 87)

Het publiek wordt hier letterlijk deel-genoot. Ik zorg voor het publiek en laat iedereen die actief deelneemt aan mijn spel uiteindelijk meer schitteren dan het object dat de katalysator is van deze ontmoeting. Op deze manier heb ik 25 jaar mogen communiceren; dat wil ik expliciet maken.

De reden dat ik poppenspeler ben geworden is ook terug te vinden in de foto hierboven. Ik ontdekte dat ik de schrandere blikken om mij heen kon veranderen in blikken vol verwondering. Tijdens mijn lagere schooltijd kreeg ik middels poppenspellessen meer mogelijkheden om mij te uiten. Alles wat ik op dat moment wilde zijn en doen kwam samen in dit vak. Het was artistiek, ik kon het met mijn handen creëren en uitvoeren en voelde me gehoord en gezien. Dit geldt voor meer kinderen. Dialogische dramalessen met poppenspel moedigen creatieve zelfexpressie bij kinderen aan; stimuleert hun dramatische activiteiten, activeert verbale expressie en het maken van verhalen (Brėdikytė, 2002). In mijn tiende levensjaar besloot ik om het vuur bij de goden te gaan stelen.

 

De werkervaring deelbaar maken

In mijn latere leven studeerde ik af als ambachtelijk industrieel vormgever en volgde een opleiding tot portretschilder. Beroepsmatig heb ik dit onderwijs omgezet in zelfstandig werk als ontwerper, portretschilder en na een studie aan een clownsschool een lange betrekking bij stichting CliniClowns. Het meeste werk en erkenning krijg ik als poppenspeler. Een belangrijke drijfveer om de master kunsteducatie te volgen is om al deze werkervaring deelbaar te maken. Waar ik als kunstenaar en toekomstig kunsteducator mee te maken krijg is een “omgekeerd leerproces”. Vanuit mijn beroepspraktijk bezit ik zeer veel (stilzwijgende) kennis (persoonlijke vaardigheden en ervaringen). Tijdens deze masteropleiding maak ik de kennis expliciet (persoonsonafhankelijk) en daarmee deelbaar.

"Leer vooral in het kunstvak om impliciete kennis, expliciet te maken, anders wordt het spreken over- en dus delen van kennis heel moeilijk" (Van Bokhoven, 2018). 

Kennis die voorheen niet deelbaar was - ik kon alleen maar vertellen hoe ík het deed - wordt omgezet in mechanismes die iemand anders zichzelf eigen kan maken en daar weer zijn eigen “hoe” van kan maken.

Een wijze waarop kunsteducatie gegeven kan worden en die mij zeer aanspreekt is de  waarop de Amerikaans Mexicaanse kunsteducator Jorge Lucero hier invulling aan geeft; de leraar als conceptueel kunstenaar trekt alles open en maakt zijn lessen vanaf het begin cumulatief en samenwerkend. Hij stelt zich naast de student op als leerling en moedigt ze aan om hem inzicht te geven in hun expertise (en onwetendheid) (Lucero, 2021). Ik kies er voor om mensen aan te moedigen via poppenspel. Om te beginnen met een interactieve voorstelling.

In een gesprek wat ik voerde met wetenschapper Lode Vermeersch omschreef hij educatie als volgt:

“Educatie is elke inspanning die iemand levert om te zorgen dat iemand anders de kans heeft iets bij te leren, het gaat om de intentie om te willen educeren, de inspanning die is geleverd. De educatieve praktijk zit dicht bij de artistieke praktijk. Je moet wel nadenken of een puur artistieke handeling educatief is” (Vermeersch, 2020).

Hij kwam op deze stellingname omdat ik mij afvroeg of een voorstelling kunsteducatief is. In de “Podtail” getiteld: ´Zwijgen is geen optie´ staat de kunstenaar Benjamin Verdonck even stil bij het woord voorstelling. Hij wijst op de schoonheid en de betekenis van het woord:  Je doet een voorstel, een propositie aan je publiek. Dat Benjamin het woord voorstelling inkleurt als een uitnodiging aan zijn publiek om samen tot een inzicht te komen spreekt mij erg aan. Je nodigt je publiek uit om zich samen met jou te richten op iets dat goed, belangrijk of waardevol is. Iets vergelijkbaars vinden we in het boek Door Kunst Onderwezen Willen Worden (Biesta, 2017). Professor Geert Biesta stelt dat de kunstenaar het verlangen om in dialoog te gaan met de wereld bij zijn publiek kan oproepen. Hij schrijft ook dat tonen en onderwijzen gelieerd aan elkaar zijn; er is iemand die iets aan iemand anders toont.

 

Vormgeven van wat nog niet bestaat of moeilijk te benoemen is

Ik geloof in de kracht van de pop, in die magische transformatie. Als kunsteducator vind ik het poppenspel buiten-gewoon geschikt voor kunsteducatie. In het artikel: “Wat voorbij is komt (n)ooit weer terug” zetten de schrijvers Bossuyt en Staes vraagtekens bij de benoembare, administratieve en vaak door externen bedachte structuren waar kunst- en cultuureducatie mee te maken krijgt. Ze pleiten ervoor om uit te gaan van de ware aard van de kunst in de samenleving; die van het vormgeven van wat nog niet bestaat of wat we moeilijk benoemd krijgen. “Het creëren van beelden, geluiden, vormen die even complex zijn als het vraagstuk, maar die vanuit deze complexiteit wel inzicht bieden in structuren. Vormen die niet zeggen: er is één oplossing, en die is eenvoudig.” (Bossuyt & Staes, 2020). Vooral de zinsnede over het vormgeven van wat nog niet bestaat of wat we moeilijk benoemd krijgen spreekt mij als poppenspeler aan. Ik zal proberen aan te geven waarom.

Majaron (geciteerd in Korošec, 2020) zegt over communicatie middels objecten het volgende:

De poppenspelkunst vindt zijn oorsprong in de oude rituelen. Elke ceremonie is een soort van communicatie tussen mensen en energie die we voelen, maar niet onder controle hebben. Deze communicatie gaat door middel van gestileerde beweging, stem of visuele verschijning, hetzij in kostuum, masker of een gevormd object. Een object gemaakt met de vrije wil van de mens krijgt een nieuwe symbolische betekenis, het wordt een nieuw wezen: een metafoor. (p. 19)

Dr. Helena Korošec, werkzaam aan de Universiteit van Ljubljana geeft hier aan dat poppentheater al vanuit een ver verleden wordt ingezet om in dialoog te komen met de wereld middels een gevormd “nieuw wezen”. Dit geeft vanuit een wat andere invalshoek steun aan het punt van Bossuyt en Staes. Over de hierboven beschreven oude rituelen, de ceremonie en de communicatie tussen mensen sprak de vermaarde Vlaamse jeugdtheatermaakster Eva Bal zich al eens uit;

“Oer emoties, elk mens heeft die. Groot en klein; hier en overal. Kinderen staan erg dicht bij de wortels van die emoties en volwassenen zijn die vaak vergeten of die hebben ze weggestopt of in banen geleidt” (Twaalfhoven, 2003).

Poppen hebben een ziel en symbolische betekenis in de verbeelding van het kind. Tegenwoordig vinden volwassenen (in West-Europa) deze symboliek soms veel te vereenvoudigd om ze te aanvaarden.
Zoals ik in de beschrijving van mijn onderzoeksvraag (Groenen, 2020) heb aangegeven kan ik dit uit ervaring bevestigen:

Toch bemerk ik enige reserve bij de ouders en wordt mijn poppentheater ingeschat als theater voor de allerjongste. Het duidelijkst wordt dit als ik buiten de festivals om gewoon voor de kathedraal ga spelen. Het zijn de kinderen die als eerste de pop opmerken om vervolgens hun ouders stil te laten staan. (p. 1)

 

Conclusie

In deze positionering heb ik proberen te betogen waarom ik poppenspel wil inzetten voor kunsteducatie; ik heb aangegeven dat poppenspel op straat (en in het theater) een communicatiewaarde in zich bergt. Uit mijn onderzoekslogboek blijkt dat poppenspel diepe socioculturele en historische wortels heeft en dat het mogelijkheden bied aan het publiek om zich te verhouden ten aanzien van de wereld om hen heen. Verder wil ik in deze positionering een pleidooi houden voor de mogelijkheden tot zelfexpressie die poppenspel brengt.

Maar naast verwondering brengt poppenspel ook ambivalente reacties teweeg. Deze reacties zijn het sterkst bij volwassenen. Wat kan er ten grondslag liggen aan de weerstand die het genre poppenspel bij sommigen oproept? Met de uitkomst van dit onderzoek hoop ik een beter zicht te krijgen op de receptie van mijn vak, teneinde mijn kennisdeling beter te kunnen doorgeven, met poppenspel als kunsteducatie. 

Het zou mooi zijn als ik met de uitkomsten van dit onderzoek
naar de weerstand die poppenspel bij volwassenen oproept
kan laten zien dat het ondanks, “die huivering van schaamte en angst”,
de moeite waard is om er aan vast te houden.

 

april 2020
Steven Luca Groenen

Referenties

 

Biesta, G. (2017). Door kunst onderwezen willen worden. Kunsteducatie ‘na’ Joseph Beuys.

Arnhem, Nederland: ArtEZ Press.

Bossuyt, T. & Staes, J. (2020). Wat voorbij is komt (n)ooit weer terug. Uit de schaduw, de kunst

en cultuureducatie in de vrije tijd in Vlaanderen, 13-27. Opgehaald van

https://biblio.ugent.be/publication/8648229/file/8648236

 

Brėdikytė, M. (2002). Dialogical Drama With Puppets (DDP) as a Method of Fostering Children’s

Verbal Creativity. The Puppet - What a Miracle! 27-46. Opgehaald van https://www.unima.org/wp-content/uploads/2016/10/The-Puppet-%E2%80%93-What-a-Miracle.pdf

 

Francis, P. (2012). Puppetry: A Reader in Theater Practice. Hampshire, Great Britain: Palgrave

Macmillan.

 

Groenen, S. (5 oktober 2020). Welke invloed heeft de poppenspeler op het vermogen van

volwassenen om geraakt te worden door poppenspel? (Onderzoeksvraag, Master

Kunsteducatie, Fontys Hogeschool voor de Kunsten). Op te halen van

https://padlet.com/boscoelectro365/n1d81sxhycrjrvan

 

Groenen, S. Afbeelding poppenkastpubliek (Print Screen) van Vq (24 januari 2006). Les Quatre

Cents Coups - The Puppet Show [Video file]. Opgehaald van

https://youtu.be/hTi4wuW-vXA

 

Gross, K. (2011). Puppet: An Essay on Uncanny Life. Chicago, USA: The University of Chicago

Press.

 

Korošec, H. (2002). Non-Verbal communication and Puppets. The Puppet - What a Miracle!

14-26. Opgehaald van https://www.unima.org/wp-content/uploads/2016/10/The-Puppet-

%E2%80%93-What-a-Miracle.pdf

 

Lucero, J. (2018). The most serieus thing to do is play. Trends, the journal of The Texas Art

Education, 50-55. Opgehaald van

https://www.academia.edu/38657045/A_Paused_Point_The_Most_Serious_Thing_I_Do_is

_Play

 

Twaalfhoven, A. (2003). Van jonge mensen en de dingen die gaan komen. Boekman. Tijdschrift

voor kunst, cultuur en beleid, 56, 6-17. Opgehaald van https://www.boekman.nl/wp-content/uploads/2012/01/bm56_twaalfhoven.pdf

 

Van Bokhoven, C. (2018). Een huis om in te spelen (Onderzoek, Academie voor Danseducatie,

Fontys Hogeschool voor de Kunsten). Opgehaald van https://www.hbo-

kennisbank.nl/details/sharekit_inholland:oai:surfsharekit.nl:8455a7c9-afee-4ff0-a696-d395649cde7e?q=een+huis+om+in+te+spelen+&has-link=yes&c=0.

 

Vermeersch, L. (28 november 2020). Expertgesprek over vocaal artistiek onderzoek.

(Interview door S.Groenen, Master Kunsteducatie, Fontys Hogeschool voor de Kunsten). Op te halen van https://padlet.com/boscoelectro365/n1d81sxhycrjrvan

 

Vq (24 januari 2006). Les Quatre Cents Coups - The Puppet Show [Video file]. Opgehaald van

https://youtu.be/hTi4wuW-vXA

 

Zwijgen is geen optie. (2020). Benjamin Verdonck: Hoe het zou kunnen zijn [Video file].

Opgehaald van https://zwijgenisgeenoptie.be/benjamin-verdonck/